Pensioentransitie vergroot verschillen tussen deelnemers
De Nederlandse pensioensector bevindt zich midden in de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel, waarin vaste uitkeringen plaatsmaken voor premieregelingen. Uit de AFM-publicatie Sector in beeld pensioenen 2026 blijkt dat de eerste deelnemers in het nieuwe stelsel te maken krijgen met aanzienlijke verschillen in premiehoogte, partnerpensioen en beleggingsmogelijkheden. Die verschillen kunnen grote gevolgen hebben voor het uiteindelijke pensioenresultaat. Zo loopt het premiepercentage uiteen van minder dan 5 procent tot meer dan 20 procent van de pensioengrondslag, wat direct doorwerkt in het verwachte pensioeninkomen. De AFM waarschuwt dat deelnemers hierdoor gemakkelijk een te rooskleurig beeld kunnen krijgen van hun financiële situatie na pensionering.
Daarnaast blijkt dat keuzevrijheid niet automatisch leidt tot actief gedrag. Hoewel ruim twee derde van de deelnemers in premieregelingen invloed kan uitoefenen op de beleggingen van hun pensioenvermogen, maakt slechts een beperkte groep daarvan gebruik. Vooral jongeren laten de standaardinstellingen ongemoeid. Tegelijkertijd geven klachtgegevens inzicht in de kwaliteit van de dienstverlening: de meeste klachten gaan over pensioenberekeningen, uitkeringen en informatievoorziening. De AFM concludeert dat pensioenuitvoerders niet alleen moeten zorgen voor goede regelingen, maar ook voor duidelijke communicatie en effectieve begeleiding. In een stelsel waarin deelnemers meer risico’s en keuzes krijgen, wordt begrijpelijke informatie steeds belangrijker voor het vertrouwen in het pensioenstelsel.
Dit is een samenvatting van het volledige rapport van AFM.