Meerderheid 66-jarigen stopt al vóór de AOW-leeftijd met werken
De verhoging van de AOW-leeftijd betekent niet automatisch dat Nederlanders ook langer doorwerken. Uit nieuwe cijfers blijkt dat in 2025 slechts 40,7 procent van de 66-jarigen – het laatste levensjaar vóór de AOW-leeftijd – betaald werk had. Daarmee is een ruime meerderheid al uit het arbeidsproces verdwenen, ondanks de stijgende pensioenleeftijd.
De afname begint al eerder. Van de 60-jarigen werkte in 2025 nog 76,8 procent, waarna de arbeidsparticipatie ieder jaar verder terugloopt. Tegelijkertijd kiezen ouderen steeds vaker voor kleinere deeltijdbanen. Na het bereiken van de AOW-leeftijd daalt de arbeidsparticipatie nog sterker: slechts 22,1 procent van de 67-jarigen heeft dan nog betaald werk, waarbij bijna de helft minder dan twintig uur per week werkt.
Tegelijkertijd laat de langjarige trend zien dat steeds meer ouderen actief blijven op de arbeidsmarkt. Sinds 2017 is de arbeidsparticipatie van mensen tussen de AOW-leeftijd en 70 jaar vrijwel ieder jaar gestegen. In 2025 werkte gemiddeld 18,5 procent van deze groep nog door, veelal als zelfstandige of met een flexibel dienstverband. De cijfers illustreren dat de verhoging van de AOW-leeftijd weliswaar leidt tot een hogere arbeidsparticipatie onder ouderen, maar dat volledig doorwerken tot de pensioendatum voor de meeste Nederlanders nog altijd niet de praktijk is.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op esb.nu.