Nieuwe pensioenstelsel creëert duidelijke winnaars én verliezers
Sinds de invoering van het vernieuwde pensioenstelsel zijn de eerste effecten zichtbaar. Gepensioneerden bij fondsen die al zijn overgestapt zagen hun uitkeringen begin 2026 gemiddeld met ongeveer veertien procent stijgen. Dat komt vooral doordat pensioenfondsen minder buffers hoeven aan te houden, waardoor rendementen sneller kunnen worden uitgekeerd. Jongeren met flexibele loopbanen profiteren daarnaast van het verdwijnen van de doorsneepremie: ingelegde premies renderen langer en sluiten beter aan op moderne arbeidsmarkten met wisselende banen en contracten. Ook zzp’ers krijgen meer fiscale ruimte om pensioen op te bouwen, terwijl werkgevers profiteren van lagere balansrisico’s en beter voorspelbare pensioenlasten.
Tegenover deze voordelen staan ook kwetsbare groepen. Vooral mensen tussen circa 45 en 60 jaar dreigen volgens Janssen tussen wal en schip te vallen, omdat zij minder profiteren van het nieuwe premiestelsel maar wel oude zekerheden verliezen. Daarnaast worden deelnemers met lage inkomens of beperkte financiële buffers gevoeliger voor schommelingen in pensioenuitkeringen. Het nieuwe stelsel verschuift daarmee niet alleen pensioenvermogen, maar vooral ook risico’s. Wie flexibiliteit en beleggingsrisico aankan, profiteert het meest; wie zekerheid belangrijker vindt, krijgt juist meer onzekerheid terug.
Dit is een samenvatting van het volledige artikel op Welingelichte Kringen