Waarom de sector steeds vaker kiest voor de solidaire premieregeling
Dit artikel is mede tot stand gekomen op basis van input van de Pensioenfederatie en interne experts van APG.
De flexibele premieregeling (FPR) vormt een kleinere, maar duidelijk herkenbare niche. Het zijn keuzes die laten zien hoe de balans tussen solidariteit en individuele keuzevrijheid binnen het vernieuwde stelsel wordt ingevuld.
Uit de overzichten blijkt dat sociale partners in vrijwel alle grote bedrijfstakken kiezen voor de solidaire premieregeling. ABP, bpfBOUW, PFZW, PMT, PME en vele andere fondsen hebben deze opdracht van de sociale partners inmiddels definitief aanvaard. Bij de beroepspensioenfondsen is het beeld diverser, sommige kleinere fondsen stappen over op een flexibele premieregeling met een risicodelingsreserve, anderen kiezen voor de SPR.
Bij de ondernemingspensioenfondsen is het beeld genuanceerd, maar daar overheerst de voorkeur van de sociale partners voor de solidaire variant. Alleen binnen kringen van algemene pensioenfondsen is de spreiding groter; daar wordt ook voor de flexibele premieregelingen gekozen. Vaak in situaties waarin eerder al met DC‑elementen werd gewerkt.
Waarom de SPR zo aantrekkelijk is
Dat het overgrote deel van de sociale partners voor de solidaire premieregeling kiest, is niet verrassend. De vakbeweging heeft vanaf het begin een uitgesproken voorkeur voor de SPR. Een belangrijke reden hiervoor is dat in de SPR de premiehoogte, die door de sociale partners wordt afgesproken, moet worden afgeleid uit een pensioendoelstelling. In minstens de helft van de economische scenario’s is dat bijvoorbeeld 75 procent middelloon na veertig dienstjaren. Omdat de premie in de SPR wordt afgeleid uit de kans dat een bepaalde pensioenambitie wordt gehaald, betekent dit tegelijk dat de premiehoogte onderwerp van gesprek kan blijven op de onderhandelingstafel, bijvoorbeeld als die pensioenambitie niet meer gehaald dreigt te worden.
[....]