Het is ‘moeilijk uit te leggen’ dat pensioensparen in de tweede pijler vaak gunstiger is dan in de derde pijler

Het is ‘moeilijk uit te leggen’ dat pensioensparen in de tweede pijler vaak gunstiger is dan in de derde pijler

De meeste werkende Nederlanders bouwen pensioen op via hun werkgever, de zogenoemde tweede pijler. Voor degene die geen pensioen (kunnen) opbouwen in de tweede pijler kan pensioen worden opgebouwd in de derde pijler, een individueel fiscaal gunstige pensioenpot. In veel gevallen betalen pensioenspaarders in de tweede pijler echter minder belasting dan in de derde pijler, óók in het nieuwe pensioenstelsel. Een verschil dat volgens Jasper van Dijk moeilijk uit te leggen en oneerlijk is.

Inleiding

Het opbouwen van pensioen via een werkgever is aantrekkelijk omdat je over je inleg geen belasting hoeft te betalen. Dit noemen we het ‘tweede pijler’ pensioen (de ‘eerste pijler’ is het wettelijk pensioen, beter bekend als de AOW). Bijna 1 op de 3 werkgevers biedt geen pensioenregeling aan. Dit gaat vaak om jonge of kleine bedrijven. Hierdoor hebben ongeveer 765 duizend werknemers geen pensioen via hun werk. Daarnaast zijn er ongeveer 1,2 miljoen ZZP’ers die ook niet via hun werkgever een pensioen kunnen opbouwen. Mensen die geen pensioen (kunnen) opbouwen via hun werkgever, kunnen individueel belastingvrij hun pensioen aanvullen, de ‘derde pijler’.

In een reactie op recente Kamervragen van D66 zegt de minister dat zelfstandigen ook een aantal belangrijke voordelen hebben die mogelijk opwegen tegen de nadelen. Maar dat geldt natuurlijk niet voor de 765 duizend werknemers die in hun eigen pensioen moeten voorzien.

Mensen die pensioen opbouwen via hun werkgever betalen echter vaak minder belasting. Dit is moeilijk uit te leggen. Een belangrijk doel van de hervorming van ons pensioenstelsel is om de verschillen in pensioenopbouw zo klein mogelijk te maken tussen werknemers, uitzendkrachten en ondernemers. De minister noemt dit een ‘arbeidsvormneutraal pensioenkader’.

[....]